De dagelijkse onderwijspraktijk wijst uit dat cognitief begaafde leerlingen, ondanks hun groot potentieel, wel vaker schoolmoe en gedemotiveerd zijn. In deze bijdrage wordt ingegaan op de vraag of deze jongeren wel degelijk een motivationele “uitzondering” vormen. Ten eerste wordt het motivationeel profiel van cognitief begaafde jongeren en hun leeftijdsgenoten vergeleken. In het TALENT project werden verschillende redenen voor motivatie (vb. plezier, externe druk) en demotivatie (vb. verzet, amotivatie) onderscheiden. Deze fijnmazige bevraging laat toe om na te gaan of er een verschil te merken is in de mate van motivatie tussen beide groepen en de verschillende redenen waarom ze al dan niet ge(de)motiveerd zijn. Ten tweede wordt, op basis van Zelf-Determinatie Theorie, betoogd dat de psychologische behoeftebevrediging fundamenteel is om de motivatie van zowel cognitief begaafde als normaalbegaafde leerlingen te bevorderen. Onderzoek met een recent ontwikkeld lesgeefwiel, bestaande uit motiverende en demotiverende praktijken, suggereert echter dat de manier waarop deze behoeften ondersteund worden, kan verschillen bij verschillende groepen leerlingen. Omdat verschillende wegen naar Rome kunnen leiden voor cognitief begaafde en normaalbegaafde leerlingen, is het belangrijk dat leerkrachten proberen maatwerk te leveren. De vaardigheid tot calibratie speelt hierin een cruciale rol. Deze bijdrage heeft als doel om helderheid en tegelijk ook nuance te brengen in het denken en spreken over het motivationeel functioneren van cognitief begaafde jongeren veeleer dan ze exclusief als vreemde eenden te labelen.

Wilt u ook reageren? Log dan eerst in
Er zijn nog geen reacties om weer te geven.

Tijd en locatie

    • 13 van 100 plaatsen beschikbaar

Deelnemers